Dag op dag #11: 15 juli

Twee jaar geleden…

…waren we op vakantie in Sulden/Solda, Zuid-Tirol. Vandaag wandelden we naar de Düsseldorfhütte, een pittige klim door een wondermooi landschap. Achter de hut konden we nog een eindje doorwandelen, de toeristen achter ons laten, en daar was een kom tussen de bergen waar marmotjes rondhuppelden, zo’n fantastisch schouwspel. Terug bij de hut aten we Apfelstrudel want ik had het die vakantie tot mijn taak gemaakt om overal Apfelstrudels te testen. Het uitzicht op de Drie (Königspitze, Zebrú en Ortler) zorgde in dit geval voor een shitload aan extra punten!

Drie jaar geleden…

…waren we gewoon in België want zouden we pas in augustus op vakantie gaan (naar Noorwegen). Ik at toen nog vlees en was grote fan van de gevulde gehaktballen van Balls & Glory. Het lief en ik gingen af en toe eens onder de middag lunchen, iets wat er nu bij inschiet besef ik. Misschien tijd om die gewoonte terug in het leven te roepen?

Zes jaar geleden…

…was ik volop aan het inpakken voor onze verhuis die een week later zou plaatsvinden. De dozen namen mijn living over en het aftellen was serieus begonnen!


Negen jaar geleden…

…passeerde de Tour de France bij mijn schoonmoeder voor de deur. Die had vrienden uitgenodigd, het lief ook, er stonden tafels op de oprit en het werd één groot feest, ook toen de renners al lang waren gepasseerd. Een avond die ik niet gauw zal vergeten.

Twaalf jaar geleden…

…was ik waar ik nu ook ben: in Zinal. Een maand lang was ik er jobstudent in het Intersoc-hotel. Het was mijn laatste zomer met Intersoc (maar daar stond ik toen nog niet bij stil). Het was feest in het dorp, ik weet niet meer waarom: er waren alpenhoornspelers (<3), vlaggenzwaaiers (of hoe heet dat officieel) en ’s avonds hielden we met een troep van het personeel kampvuur met een accordeon en al erbij, maar eerlijk, ik herinner mij er niet veel van, behalve de knapperige Zwitserse worstjes van op de barbecue, hoe ironisch voor een nu-vegetariër eigenlijk.

Dertien jaar geleden…

…bracht ik juli door in Wengen, ook als jobstudent in het Intersoc-hotel aldaar. Van die specifieke dag heb ik geen specifieke herinneringen maar ik zie dat we ’s avonds in de bar liedjes hebben zitten zingen met Dries op de gitaar. Wat ik me wel herinner, is dat ik tussen mijn shiften door veel tijd op mijn kramikkige balkonnetje doorbracht, met dan dit uitzicht.

Tweeëntwintig jaar geleden…

…betekende de zomer dat ik mijn leeshutje van de zolder mocht halen. Dat was een kleine tent dat het peperkoekenhuisje van Hans en Grietje moest voorstellen en waarin ik ging liggen lezen. Soms mocht Loen de hond mee naar binnen maar die lag liever in de volle zon. Ik was buiten en had toch de nodige privacy. In dit tentje werden namelijk ook mijn allereerste verhalen geschreven, met pen en papier jawel!

Mijn allereerste selfie!!

Drieëntwintig jaar geleden…

…zat ik in hetzelfde thema want als kind bracht ik mijn zomers graag door met lezen (en wandelen in de bergen, uiteraard). En Luna die kon niet wachten om mijn rieten matje in te pikken, tssss. Hier las ik De weerwolf van Gunnel Linde, toevallig één van mijn favoriete jeugdboeken.

In de jaren daarvoor volgen de foto’s dezelfde lijn: mijn zus en ik lagen te zonnen in de tuin, speelden in ons opblaaszwembadje en er was die zeldzame keer dat we naar de Plas gingen om af te koelen. En kijk, deze foto kan ik u natuurlijk niet onthouden: net geen jaar oud was ik hier.

Tweeëndertig jaar geleden

En waar zat u tien jaar geleden?

Advertenties

Project 333: van lentekleerkast naar zomerkleerkast

Sinds vorige herfst ben ik bezig met Project 333: gedurende drie maanden (gelijklopend met een seizoen voor ’t gemak) draag je slechts 33 verschillende kledingstukken, schoenen inbegrepen. Ik schreef al over hoe dat in de herfst ging, in de winter en afgelopen lente. Nu is het tijd voor de evaluatie van de lentekleerkast, en het samenstellen van de zomerkleerkast. Want die 30 graden, ik moet mij daar mentaal op voorbereiden.

Project 333: evaluatie van de lentekleerkast

Heb ik alles (vaak) gedragen?

    • 1 van de 3 broeken, want de losse flodderbroek benadrukt mijn buikje te veel en de zwarte jeans kwam op een keer met allemaal vlekken uit de was, alsof de verf was uitgelopen. Dus toen was er nog maar één broek.
    • 3 van de 8 blouses, want de twee shirts en de blauwe blouse dienden als reserve, de gele en de roze blousse waren voor de flodderbroek die ik niet heb gedragen, en de drie resterende blouses (twee met lange mouwen en één zwart shirt dat enkel groter scheen te worden haha) waren degene waarin ik me het meest op mijn gemak voelde.
Wie spot mijn favoriete lente-outfit? Lichte jeans, witte bloemenblouse en gele sneakers, hiero!
  • 0 van de 2 kleedjes, want het was er ook niet echt het weer voor. Ik heb één van de twee wel een keer of twee even aangehad, maar niet eens lang genoeg om het al eens te moeten wassen. Hopelijk komt daar snel verandering in, want ik draag wel graag kleedjes!
  • 1 van de 4 vestjes want het knalblauwe vestje met driekwartmouwen is mijn absolute favoriet en paste perfect op de lichte jeans.
  • 4 van de 4 jassen want ik heb ze allemaal even vaak gedragen; er is geen één die er echt bovenuit springt en ik denk dat ik volgende keer wel met slechts één of twee jassen toe zou kunnen komen.
  • 4 van de 9 paar schoenen. Ik wist vooraf uiteraard dat 9 paar overdreven was, maar dan nog had ik er een paar extra uit de kast gehaald… Oeps. De rode enkellaarsjes heb ik vaak gedragen, de knalroze pumps een paar keer, de roze Allstars af en toe en de gele sneakers het overgrote deel van de tijd. Het was vooraf natuurlijk moeilijk in te schatten wat voor weer we zouden krijgen; mocht het droger geweest zijn, had ik vast vaker pumps aangetrokken.
VEEL te veel schoenen, I admit.

Van de dertig stuks heb ik er dus uiteindelijk slechts dertien vaak gedragen.

Van de accessoires heb ik amper een sjaal nodig gehad, dus die had ik eigenlijk ook achterwege kunnen laten. De nagellakkleurtjes heb ik allemaal wel een keer gebruikt, enkel het suikerroze vond ik moeilijk te combineren met mijn beperkt aantal kledingstukken. Qua oorbellen en armbandjes greep ik altijd terug naar dezelfde, ook al hou ik van afwisseling maar ’s morgens moet het soms gewoon snel gaan. Het moedigde me aan om mijn zomerkleerkast wat strenger in te delen…

Nieuwe dingen?

Ik kocht niets nieuws; daarvoor hield ik me in tot bij de kleerkastwissel. Ik heb het eigenlijk heel lang gedaan met drie blouses, één broek en een kleedje (maar alleen als het echt moest). Toen begon ’t het lief wel op te vallen dat ik dikwijls hetzelfde droeg 😀 En met maar twee kleedjes die nog pasten zou ik de zomerhitte niet doorkomen, dat wist ik ook wel.

Mijn kleerkast is al eens ordelijker geweest, I admit.

Project 333: samenstellen van de zomerkleerkast

Bon ja, het grote probleem is dus dat ik het afgelopen half jaar behoorlijk wat kilo’s ben bijgekomen. Vorig jaar heb ik mijn zomerkleerkast voor 80% moeten vervangen omdat ik een kledingmaat ‘gegroeid’ was en o wé, in die kledingstukken pas ik nu ook niet meer… Uiteindelijk ben ik naar de WE gestapt (waar ik ALTIJD iets vind dat mijn figuur staat) en kocht er drie kleedjes in nóg een maat groter. (Nog efkes en ik moet naar een grote-matenwinkel…)
Sportkledij, ondergoed en kousen tel ik zoals steeds niet mee – ik ben al blij dat daarvan nog wel iets past 😉

1 broek

1. Ja daar kunnen we kort in zijn: mijn lichtgrijze jeans is de enige broek die nog past en is bovendien te warm eens de temperatuur boven de 20 graden komt, dus waarschijnlijk moet ik ze niet al te vaak aantrekken.

2 blouses

Ik heb geen zomerblouses, dus resten er enkel stuks die ook al in de lentekleerkast zaten:

2. een blauwe blouse met kleurrijk patroon
3. een zwarte blouse

5 kleedjes

4. een zwart zonder mouwen dat tot net op mijn knieën komt, een irritante lengte maar fladdert lekker rond de benen, ideaal bij warm weer.
5. een kort knalroze kleedje, eigenlijk totaal mijn kleur niet, maar het model vind ik leuk – ik heb hetzelfde model in het kakigroen gedragen op onze burgerlijke trouw in oktober… een maat kleiner. Ahum.
6. een jeanskleedje dat maar net groot genoeg is, maar ’t was liefde op het eerste zicht.
7. een zwart kleedje met een lelijke print maar het model zat goed, dus die opdruk went wel!
8. mijn little black dress, o.a. voor de twee trouwfeesten waarvoor we deze zomer zijn uitgenodigd.

2 vestjes

9. mijn favoriete knalblauwe vestje
10. kort zwart vestje, voor op de kleedjes

De rode enkellaarsjes en de groene pumps haalden de finale selectie niet.

6 paar schoenen

11. één paar sneakers: de gele, duh!
12. één paar pumps: ideaal voor zowel onder de jeans als onder de kleedjes
13. & 14. twee paar sandalen: één om met steunzolen te dragen, één voor als het wat feestelijker mag zijn
15. beige steunzolenpumps: niet zo sexy maar wel comfortabel.
16. rode steunzolenpumps: omdat het af en toe wat frivoler mag.

Ik had eerst nog twee paar extra, en heb véél moeite moeten doen om te knippen tot zes paar!

1 jas

17. zwart-witte ‘jas’ die eigenlijk te open is voor een jas maar we gaan ervan uit dat het nooit onder de 20 graden gaat worden de komende drie maanden.

De accessoires

  • 18-19-20. drie nagellakjes: vrolijke zomerkleurtjes, die matchen met de meeste van mijn outfits!
  • 21-22-23-24-25. vijf armbandjes
  • 26-27. twee ringen
  • 28-29-30-31-32 vijf paar oorbellen
  • 33. een extra horlogebandje voor mijn Fitbit
Summer vibes!

Ik wou per se binnen de 33 stuks vallen, in plaats van zoals de vorige keren de accessoires apart te tellen. Ik heb dus serieus hard moeten zijn, en stevig gesnoeid. Het voordeel is dat de temperatuur in de zomermaanden normaalgezien hoog genoeg is om extra kledingstukken zoals truien te kunnen schrappen. Ik snap niet hoe iemand outfits kan samenstellen met maar 33 stuks! We zullen zien hoe dat gaat 🙂

Wat is jouw favoriete kledingstuk van het moment?

Goeie voornemens 2019: update #3

Kijkt, daar zijn we weer met ons lijstje. Deze is voor de liefhebbers van cijfertjes en grafieken… Tihihihi.

Ik schreef al een eerste update, en een tweede update in april, en de oorspronkelijke lijst staat hier.

Project Opruim 2019

Wauw. Het was me het project wel. Ik kan u verzekeren dat het heel veel stress heeft veroorzaakt omdat er een deadline op zat, namelijk de periode waarin we ons appartement te koop wilden zetten en dat had ik op eind mei ingesteld.
Ruimte na ruimte werd aangepakt, verschillende uitstapjes naar het containerpark ondernomen en heel wat mensen blij gemaakt via weggeefgroepen op Facebook. Het resultaat was een opgeruimd appartement met meer ademruimte en meer gezelligheid (en meer plantjes, woeps).
Uiteindelijk hebben we besloten ons appartement pas na de zomer te verkopen, maar intussen is alles wél opgeruimd en alle overbodige rommel has left the building. Speekselmedaille voor mezelf, want ik heb er heel hard voor gewerkt!
Je kan alle postjes over Project Opruim hier teruglezen. En uiteraard volgt er nog een post over ons appartement wanneer we het effectief te koop zullen zetten!

Sneak preview van één van de nog onbewerkte verkoopfoto’s, speciaal voor jullie:

ZO LEEG HE.

De gewone Goede Voornemens voor 2019

Ik wil hierbij nog maar eens benadrukken (al vind ik niet dat ik mezelf moet verantwoorden, maar kom, ik kreeg de laatste tijd vaak de opmerking dat ik te veel van mezelf vraag met al mijn lijstjes) dat dit geen drukkingsmiddel of iets dergelijks is. Ik ben een lijstjesmens, en de lijstjesmensen onder u zullen dat trekje wel herkennen 🙂
Ik denk tussen de updates hier op de blog door totaal niet aan deze lijst. Eén keer om de twee maanden haal ik hem boven en update ik de cijfertjes. That’s it. Het is dus niet zo dat ik ’s morgens opsta en denk: ‘Juist, ik moet vandaag minstens 20km fietsen om aan ’t einde van het jaar toch zeker aan mijn doel te komen!’ Neen. Zo werkt het niet.
Die cijfers zijn geen doelen, maar richtlijnen. Richtlijnen voor een gezond leven. Ja, ik denk aan de grafiekjes als ik op mijn fiets stap op weg naar ’t werk, zo van: “Goed bezig Leen, alweer een dagje met de fiets!” want fietsen, dat maakt mijn hoofd leeg. En uiteraard ben ik nieuwsgierig hoeveel kilometers er al op de teller staan, ja, maar ik kijk daar tussendoor niet naar. Ik lig er niet wakker van.
Het dwingt mij nergens toe, voilà. Ik vind het gewoon leuk om bij te houden.

52 keer schrijven in mijn dagboek: 20/52

Ik was begonnen met een oud(er) dagboek over te typen, waarbij ik opnieuw besefte hoe belangrijk het dagboekschrijven voor me is: ik beschreef gevoelens en gebeurtenissen die ik alweer was vergeten. (Mijn geheugen is een zeef, ja.) Daardoor ben ik de voorbije weken gemotiveerd geweest om meer te schrijven, ook omdat ik niet meer (zoals vroeger) alles op deze blog vertel. Ik probeer goede én slechte dingen op te schrijven, en niet meer enkel de slechte, maar dat is soms moeilijk omdat ik meestal schrijf wanneer ik me op de één of andere manier niet goed voel en dan moeten juist de slechte dingen eruit. De goede dingen lijken van geen belang op zo’n moment. Daar heb ik dus nog werk aan, want een oud dagboek teruglezen geeft vaak de indruk dat ik een ongelooflijk deprimerend leven leid, terwijl ik heel zeker weet dat dat niet zo is 🙂

  • januari: 1
  • februari: 1
  • maart: 4
  • april: 2
  • mei: 6
  • juni: 6

52 boeken lezen: 31/52

Ik heb de afgelopen twee maanden bijna evenveel gelezen als tijdens de eerste vier maanden van het jaar, lalala 🙂 Lezen was tijdens mijn ziekteverlof vaak het enige wat het hyperventileren kon doen stoppen: languit in mijn zetel gaan liggen en mijn focus verschuiven naar het verhaal, en de stress zakte langzaam. Aaaaah.

Je kan alle boekenverslagjes terugvinden in mijn Leeshutje, of me volgen op Goodreads.

  • januari: 1
  • februari: 3
  • maart: 1
  • april: 11
  • mei: 8
  • juni: 7
Bron: Goodreads.

24 boeken uit mijn eigen kast lezen: 1/24

Ik heb mij op bibliotheekboeken gestort, zijnde romans en historische romans en thrillers, want mijn hoofd kon moeilijke boeken niet aan. (Een duidelijk signaal van mijn oververmoeid lijf om het rustiger aan te doen.) Dus de boeken uit mijn kast heb ik een beetje genegeerd. Ik plan er enkele mee te nemen op vakantie omdat ik daar meer tijd heb om in een ontspannen setting te lezen. Dat ik ze niet alle 24 zal uit krijgen tegen het einde van het jaar, was me van in het begin al duidelijk, maar ik wou met dit lijstje voornamelijk voor een ruime keuze aan titels zorgen zodat ik aangemoedigd zou blijven om eindelijk eens werk te maken van die te-lezen-kast en er af en toe eentje uit te kiezen. Momenteel ben ik bezig in het bloedmooie Het wordt spectaculair. Beloofd maar dat lees ik in kleine beetjes omdat ik niet wil dat het eindigt want ik wil niet weten hoe het eindigt, snapt ge?

  • On Beauty – Zadie Smith
  • Misschien wisten zij alles – Toon Tellegen
  • Narnia-omnibus – C.S. Lewis
  • Het wordt spectaculair, beloofd – Zita Theunynck
  • Trots en vooroordeel – Jane Austen
  • Het vreugdevuur der ijdelheden – Tom Wolfe
  • De tuin van de Finzi-Contini’s – Giorgio Bassani
  • Kafka op het strand – Haruki Murakami
  • Wil – Jeroen Olyslaegers
  • The Circle – Dave Eggers
  • Zen en de kunst van het motoronderhoud – Robert Pirsig
  • De jonge bruid – Alessandro Baricco
  • Gaan jullie ons nu doodschieten? – Roland Bergeys
  • Fried Green Tomatoes – Fannie Flagg
  • Brideshead Revisited – Evelyn Waugh
  • Boek der rusteloosheid – Fernando Pessoa
  • Straus Park – Gronda
  • Gone With The Wind – Margaret Mitchell
  • De omwegen – Jeroen Theunissen
  • A Little Life – Hanya Yanagihara
  • Dokter Zjivago – Boris Pasternak
  • De verzamelde verhalen – Elsa Morante
  • The Anatomy School – Bernard MacLaverty
  • Het lot van de familie Meijer – Charles Lewinsky

500km lopen of wandelen: 258/500

Er was in mei het wandelweekend in Luxemburg waartijdens we in totaal 50km wandelden, en in juni trokken we bijna elk weekend de wandelschoenen aan om te trainen voor onze bergvakantie deze zomer. En dat toont de grafiek heel duidelijk.
Na onze vakantie – als we onze wandeltrainingen kunnen staken of alleszins verminderen – hoop ik weer te kunnen starten met lopen, want dat is zo lang geleden en ik mis het zo hard, maar we zullen zien; ik wil in de eerste plaats naar mijn lijf (blijven) luisteren.

Bron: Goodreads.
  • januari: 5,35km lopen / 24,65km wandelen
  • februari: 38,47km wandelen
  • maart: 32,79km wandelen
  • april: 29,55km wandelen
  • mei: 65,53km wandelen
  • juni: 66,58km wandelen

1200km fietsen: 564/1200

Ondanks het feit dat ik vanaf half mei een maand thuis zat op doktersvoorschrift, heb ik toch nog een mooi aantal fietskilometertjes verzameld, onder andere door af en toe eens op de fiets te springen voor een toertje in de buurt, of om naar mijn familie in My Hometown te gaan, bij mijn zus te gaan catsitten, enzovoorts. ’s Zomers is het een pak makkelijker om de fiets te nemen; het zonnetje lokt je gewoon naar buiten… Zelfs door de hittegolf in de laatste week van juni liet ik me niet tegenhouden om elke dag met de fiets naar ’t werk te gaan!

Bron: Endomondo.
  • januari: 51,82km
  • februari: 103km
  • maart: 65,83km
  • april: 117km
  • mei: 102km
  • juni: 125km

Gemiddeld 10.000 stappen per dag zetten

Ik kan duizenden excuses verzinnen maar het is inmiddels duidelijk dat 2019 niet bepaald een denderend stapjes-jaar wordt 🙂 Tijdens mijn ziekteverlof heb ik mijn best gedaan om regelmatig een wandelingetje te maken want beweging en frisse lucht doen wonderen, en tegenwoordig staat mijn dagdagelijkse doel op een mildere 8.000 stappen, dat toch net dat ietsje haalbaarder blijkt. Zolang ik maar genoeg beweeg op een dag en niet de hele tijd op mijn stoel hang of in de zetel lig.
Nieuwe gewoonte: na het avondeten doen we een blokje rond met ons tweetjes om een frisse neus te halen, te babbelen over onze dag en onze muizenissen, en het eten te laten zakken. Het is slechts een kwartiertje, maar dat is genoeg. Win-win-win!

  • januari: 8.197 (totaal: 254.121 stappen)
  • februari: 9.202 (totaal: 257.663 stappen)
  • maart: 11.410 (totaal: 353.711 stappen)
  • april: 7.590 (totaal: 227.714 stappen)
  • mei: 9.103 (totaal: 282.178 stappen)
  • juni: 10.029 (totaal: 300.875 stappen)

Zo, we gaan dus vrolijk door in de tweede helft van het jaar.

Waar zitten al die mede-cijfer-freaks hier?

Plantjes in huis #3

Het is al anderhalf jaar geleden dat ik u nog eens de plantjes in ons huis toonde. Toen ik de vorige postjes las, besefte ik dat er een heel deel ‘komen te gaan’ is, dat ik intussen zo mijn favoriete rassen heb (ficussen! alocasia’s! tradescantia’s!) en dat er veel nieuwe plantjes zijn bijgekomen.

Opgelet: dit wordt een echt #crazyplantmom postje!

Ik heb ook geleerd dat verspreiden niet the key is. Verspreiden geeft mensen het gevoel dat uw kot volstaat en dat ge uw gat er niet in kunt keren. Dat hele urban jungle gedoe, ik heb dat nog niet onder de knie. Vooral omdat ik geen hippe macraméhangers heb omdat ik niks heb om ze aan op te hangen en dus enkel horizontaal kan werken.

Mijn voornemen was om geen geld meer te spenderen aan planten dit jaar. Toen ontdekte ik ruilgroepjes op Facebook, en leerde ik heel veel bij over het stekken van plantjes. Mijn baas kocht twintig planten voor op kantoor, en daar zitten er heel wat bij die kunnen gestekt worden. Dus op het werk, vooral in de buurt van mijn bureau dat spreekt, begint het ook een beetje een jungle te worden.
Toen ik een maand thuis zat, begon ik mijn jungle wel te missen, want zelf had ik een aantal planten weggedaan die ofwel constant ziek/ongelukkig waren, ofwel zodanig aangetast door het vieze beestje trips dat ze niet meer te redden waren. Onze living was zo leeg ineens!
Dus toen ik naar de Aveve ging voor een middeltje tegen trips, moest ik langs de tafels met kamerplanten passeren. Die je met ecocheques kan betalen. Ecocheques die volgende maand vervielen. Dus ja. Ik kon niet anders toch?

Heb ze thuis allemaal verpot, want de worteltjes kwamen al door de gaatjes, en vervolgens van de gelegenheid gebruik gemaakt om alle plantjes in huis wat te schikken. De enige ruimtes zonder groen zijn het toilet, de slaapkamer en de berging trouwens. Voor de slaapkamer broed ik nog op een plant, maar ik kan niet kiezen voorlopig.

Dus, het hoogste moment voor een rondje door ons huis!

De gang

Daar stonden tot voor kort geen plantjes maar zeker op de overloop was er opvulling nodig wegens echo, dus tja. Voilà.

  • tradescantia yellow hill: de moederplant, van een stekje dat ik van oma kreeg. Grote fan, want deze plant laat zich makkelijk stekken en groeit heel mooi in de breedte en in de lengte. Afhankelijk van hoeveel (direct) licht hij krijgt, verkleuren zijn blaadjes tussen geelwit en groen.
  • spinnenplant ofte graslelie, de kamerplant die je in vele Vlaamse huiskamers terugvindt. In het tweede leerjaar kregen we van juf An allemaal een stekje mee naar huis van de graslelies die in de klas stonden, en daarvan is deze plant nog een afstammeling. Makkelijk in het onderhoud (hoewel ik er al een paar heb laten doodgaan), en makkelijk te stekken (ik wacht vol ongeduld op baby’s!).
klein raam op het zuiden.
  • alocasia cucullata, die ik cadeau kreeg van HetWeb voor secretaressedag vorig jaar en die hier heel mooi tot z’n recht komt want het is best een grote plant. Hij houdt van een portie direct zonlicht, maar krijgt dat hier nauwelijks dus ben nog niet zeker of hij het hier zo tof vindt.
  • kalanchoë thyrsiflora ofte woestijnroos, een heel mooi vetplantje zolang het klein is. Eenmaal hij in de hoogte begint toe te nemen, zal hij onderaan bladeren gaan verliezen zodat je uiteindelijk een lange, kale stam krijgt. Stekken kan door de baby’s die aan zijn voet uitkomen, af te scheuren. Deze plant heeft een paar baby’s, maar ik heb ze nog niet durven wegnemen van hun moeder 🙂 In de zon krijgen de blaadjes roze randen. Heel mooi!
  • crassula ovata gollum (hoe cool is die naam!) wiens slurfuiteindes rood kleuren in het zonlicht.

De badkamer

Twee calathea’s, waarvan er eentje niet zo happy is maar ik heb het gehad met die diva’s dus ze kan haar plan trekken. De calathea triostar is één van mijn lievelings nu ze er weer bovenop aan ’t komen is en de nieuwe bladeren dieproze kleuren aan de onderkant. Wat een beauty!

De bibureau

Aangezien ik hier veel minder zit dan vroeger, staan er nog maar enkele planten – ik wil het lief zijn portie gezuiverde lucht niet ontzeggen en toegegeven, de goudpalm is zo breed geworden dat er nergens anders plek is voor hem. En hij blijft maar nieuwe blaadjes krijgen!

  • rechtsonderaan de areca ofte goudpalm, ooit in ’t klein gekocht bij Ikea en ziet nu wat een prachtige reus. De puntjes van de bladeren worden bruin (zelfs als je een paar keer per week met water besproeit), maar een kappersbeurt af en toe komt de plant enkel ten goede. Hij houdt absoluut niet van direct zonlicht, dus in deze kamer met Veluxraam op het oosten is hij helemaal in z’n nopjes.
  • lepelplant, twee stuks. Want da’s zo’n beetje de standaard kamerplant, toch?
  • linksbovenaan een microsorum, enfin dat denk ik toch; hij mist het typische krokodillenpatroon van die plant dus eigenlijk weet ik het niet… Houdt van vochtige grond, heb ik gemerkt.

Het dressoir

Het leegste oppervlak in heel onze living, moet ik erbij vermelden!

  • Ik heb een wonky relatie met deze erwtenplant ofte senecio rowleyanus. De originele stierf bijna meteen na het verpotten; ik kon nog net één stekje redden en dat is uitgegroeid tot deze plant. Hij is net verpot dus ik hou hem goed in de gaten; bij het minste teken van verval ga ik als een idioot stekjes nemen!
  • Op de achtergrond zie je nog een lepelplant, ooit eens van het werk meegepakt naar huis omdat die daar stond te verpieteren. Hij vond het verpotten van onlangs absoluut niet leuk en hangt sindsdien (drie-vier weken geleden?) slapjes.
  • O, en het Star Wars schip moeten we nog afwerken. Nog één stapje in het legoboekje te gaan!

De blauwe kast

Naast de keuken, tegenover het dressoir, staat mijn favoriete ladekastje. Eerst stond er enkel de sansevieria (een stek die ik ooit van mijn oma kreeg) maar ik heb er nog wat bijgepropt. Niet zeker of dit gaat werken, ik vind het precies te vol; het was mooier toen enkel de sansevieria er stond. Wie weet ruil ik de begonia’s nog voor iets anders 🙂
Edit: de aglaonema is intussen naar de bibureau verhuisd.

  • aglaonema silver bay, waarvan ik de naam elke keer weer moet gaan opzoeken want spreekt dat maar eens uit zonder te spieken, is een redelijk stil plantje dat weinig aandacht vraagt. Af en toe een beetje water en euhm… that’s it?
  • twee stekken van de begonia maculata (want serieus, nooit genoeg stippen). Deze plant schiet heel snel de hoogte in, en daarom heb ik hem helemaal gesnoeid. De gesnoeide toppen bleken heel makkelijke stekjes. Het is omwille van de stippen een populaire plant dus ik hoop hem nog flink te kunnen ruilen.
  • sansevieria laurentii, de sensevieriasoort die iedereen kent. Ik ontdekte trouwens pas bij het schrijven van deze post dat het sansevieria is, en niet sanseveria. Woeps. Heeft weinig zorg nodig, af en toe een klein scheutje water. Beter te droog dan te nat, en niet in de volle zon.

Naast de zetel

Daar is het redelijk sober, omdat, tja, ik vanuit de zetel naar tv kijk en niet opzij naar de plantjes, ahja! Er is een tijd geweest dat de frigo volstond, en dat ervoor ook nog een tafeltje met twee planten stond. Maar zo is het veel beter.

  • tradescantia zebrina (want alle planten met ‘zebrina’ in hun naam zijn mooi en kijk dan dat paars!), een stekje van een plant op het werk. Deze plant laat zich makkelijk stekken, heeft graag veel licht en gaat uiteindelijk hangen als de takjes eenmaal lang genoeg zijn.
  • peperomia polybotrya ofte ‘raindrop’ die altijd z’n blaadjes verliest tot er nog eentje over is, en dan komen er weer nieuwe aan; geen idee wat ik verkeerd doe.
  • sansevieria cylindrica wiens takken zo lang geworden zijn, dat het eerder een hangplant aan het worden is en ik zou hem moeten verpotten en uit elkaar halen, dat zei ik twee jaar geleden al. Een afdankertje van mijn oma, die hem eigenlijk wou weggooien omdat hij zoveel plek inneemt.

IMG_20190606_175618

Mijn dracaena marginata ofte drakenbloedboom (zo’n mooie naam!) kocht ik ooit in ’t klein bij Ikea en moet je ‘m nu zien. Ik denk erover hem te snoeien eens we verhuisd zijn, maar dat is toch wel heel erg spannend om te doen. Zo zou je hem ook kunnen stekken, trouwens, dus dat geeft een extra motivatie om het te proberen…

De tv-kast

Oké, nu ik dat zo bezie staat er op elk meubelstuk in onze living wel een plant. Nu ja, minstens twee planten zelfs. Ik heb twee ficussen – op kantoor staan nog twee soorten – en ik vond het wel grappig om eentje aan elke kant van de tv te zetten, voor de symmetrie.

  • ficus benghalensis (rechts van de tv), met grote zachte bladeren, maar hij is verwaarloosd geweest, vandaar de bruine bladpunten.
  • ficus elastica Abidjan (links van de tv), met donkere bladeren en een rode nerf. Love at first sight zeg ik u, en ik heb hem stiekem ook al gestekt, lalala.
  • fittonia of mozaïekplantje, eentje links (Mont Blanc) en eentje rechts (de roze versie, die geen naam lijkt te hebben). Ik had er vroeger nog eentje maar euhm ja. Eén keer te vaak vergeten water geven.
  • scindapsus pictus, een heel schattig hangplantje (nu ja, eigenlijk een klimplant) met een zilveren bladpatroon, die het afgelopen jaar snel gegroeid is en die ik nu ook gestekt heb.
  • sansevieria laurentii, een stek van de moederplant op het blauwe ladekastje.
  • begonia maculata want die staan gewoon overal.

Dat was part one. Part two, mijn bureautje en de keuken, die komen er in een volgende post aan. In totaal staan er exact 60 plantjes in huis exclusief de stekjes die nog op water staan, waarvan er in de volgende post nog 31 aan bod moeten komen. Er staan er 47 in de living en 13 boven. Ik dacht: ideaal moment voor een volkstelling, maar dat was toch efkes verschieten!

Hoeveel plantjes staan er in jouw huis, en welke zijn je favorieten?

Hoe is het nog met dat hoofd en dat lijf van mij? #3

Wel ik ga direct met de deur in huis vallen: niet zo goed.

Aanloop.

  • Halverwege mei was er een workshop over stress & burn-out bij HetWeb waarbij we de stresscurve bekeken, en de schellen vielen van mijn ogen: ‘Leen kind, gij zit godverdomme weer veel te ver in die oranje zone. Het zal vechten worden om daar weer uit te klimmen, terug naar de veilige andere kant van de top van de grafiek.’ De moed zakte me in de schoenen.

  • Ik las Het burn-out dagboek van Maaike Hartjes. Ik dacht altijd dat mijn burn-out van twee jaar geleden geen ‘echte’ burn-out was omdat ik niet halfblind werd of me nog wél uit bed kon sleuren, maar Maaike had bijna exact dezelfde symptomen als ik. Er was zoveel herkenbaarheid in dit boek dat het te confronterend was. Alleen bleef Maaike maandenlang thuis en begon ze stilletjesaan weer met werken zonder professionele hulp, terwijl ik na een maand weer fulltime ging werken en ik overal hulp zocht, bij coaches en psychologen en yoga.
  • Er waren de vele kleine symptomen: dat ik mij ergerde aan alles en iedereen, dat ik bij momenten echt klote sliep, dat mijn middenrif zich opspande alsof het niet wilde dat ik nog ooit normaal zou kunnen ademen (dat heet hyperventilatie ’t schijnt), dat ik zoveel vergat (kortetermijngeheugen wat is dat?) maar intussen wel nog een Marco Borsato-liedje kon meebrullen dat ik geen tijden had gehoord (want met wat voor onnuttige informatie puilen uw hersens eigenlijk uit zeg?)… En het feit dat ik begin dit jaar deze rubriek begon, goed wetende dat ik aan het afglijden was, maar er verder niks mee deed. Ik heb zoveel snipperdagen opgenomen, gewoon om thuis in mijn zetel te kunnen crashen. Hoezo is dat normaal? Ik ben 32, niet 82; een weekend waarin ik enkel wat in de tuin pruts, de was doe en een boek lees, zou mijn batterijen net moeten opladen, maar dat hielp allemaal al lang niet meer.
  • Ik werd door de kleinste dingen keihard geraakt – een stuk grond boven op mijn berg dat te koop stond en ik zag de appartementsgebouwen al verrijzen (maar het bleek achteraf toch landbouwgrond; paniek voor niks), Sarah Bettens die plots Sam Bettens gaat worden en nu moet ik afscheid nemen van de mooiste stem ever: het was allemaal goed voor paniekerige huilbuien. Zo van die kleine onnozele dingen waar andere mensen totaal niet van wakker liggen, trok ik mij aan alsof het einde van de wereld nabij was.

De oorzaken.

Dit keer niet per se het werk – vorige keer was het zo duidelijk dat het aan bepaalde taken lag, die intussen ver uit mijn buurt blijven. Mijn workload is onder controle, al zijn er natuurlijk de kleine dagdagelijkse frustraties… maar wie heeft die niet? Het was een samenloop van omstandigheden die een jaar geleden al begon, op de dag dat het lief mij ten huwelijk vroeg en ik besloot dat we binnen zeven maanden zouden gaan trouwen.

Daar kwam de aankoop van een huis bij en de vele hoewel erg leuke keuzes die we moesten maken betreffende keuken, badkamer en die zaken.
Er was Nepal, een fysieke uitdaging om u tegen te zeggen want efkes naar 4100m wandelen met elke nacht slecht slapen en een belabberde conditie, het is geen aanrader.
De drie weken voor onze trouw heb ik in een waas van stress geleefd.

En toen volgde in december de weerslag: spieren begonnen op onvoorspelbare momenten te trillen in mijn dij en mijn ooglid, de ene insomnianacht volgde op de andere en toen was het kerstvakantie. De winter brengt altijd iets van rust, mensen zitten liever gezellig binnen en zo ook ik. De zetel was (en is) mijn beste vriend.

Toen werd er vlakbij iemand Ziek, ge wilt niet weten hoeveel ik daarvoor wanhopig heb liggen bleiten, zo bang was ik. Iemand anders zien afzien, iemand die zo nabij is, het maakte iets kapot binnen in mij.
Daarnaast wilden we per se eind mei ons appartement te koop zetten, wat we op het laatste nippertje – alles was eindelijk opgeruimd! – besloten uit te stellen naar na de zomer. Ge wilt niet weten hoeveel fokking stress ik daarvoor heb gehad. Mij efkes neerzetten ging niet, ah neen, ge kunt beter nog een deur afwassen of eens naar het containerpark gaan!

En toen was er dus die stress-workshop.

BOEM.

Ik nam met opzet het weekend na die beruchte workshop een extra vrije dag op, in de hoop wat te kunnen rusten en veel in mijn moestuin te kunnen zijn, maar dat hele weekend, drie dagen lang, heb ik lopen stressen like there was no tomorrow. Ge wilt het niet weten. Zelfs liggen in de zetel met een boek, mijn favoriete ontspanningshouding, hielp er niet aan: ik lag naar adem te happen als een vis op het droge tot mijn luchtpijp pijn deed.

Toen ik dinsdag naar kantoor ging, wist ik: dit is mijn laatste werkdag deze week. Misschien wel deze maand. Ik deed alles wat ik zeker nog moest doen om het mijn collega’s iets makkelijker te maken tijdens mijn afwezigheid, die (zo hield ik me voor) maximaal twee weken zou duren. Ik knuffelde nog eens extra met kantoorhondje Kona. Ik besteedde extra veel zorg aan de jungle, waarvan ik wist dat die in goede handen zou achtergelaten worden. Ik ruimde mijn bureau op.

IMG_20190517_114702

Die dinsdagavond ging ik naar de huisarts, en ik stortte in. Begon te bleiten en godverdomme, het voelde zo hard als een herhaling van twee jaar geleden. Maar dan zonder de extreme vermoeidheid die me toen naar haar kantoor had gejaagd. (Zie, een pluspunt.) Ik voel me zo gefaald, omdat ik het heb zien aankomen dit keer, maar er niets aan deed. Niets aan kon doen. Niet wist wat te doen, behalve doorzetten. Ze schreef me een week voor, wat een opluchting was.

Thuis.

Ik mat mezelf een dagelijkse routine aan van opstaan, blogs lezen met mijn bokes met choco, misschien een blog schrijven, dan iets doen in huis (beetje opruimen, de was ophangen, stekjes planten, zo van die kleine dingetjes), iets eten, een boek lezen en eventueel een dutje doen, en ’s namiddags een korte wandeling of naar de tuin of iets dergelijks, maar toch even buiten komen. Dat vond ik belangrijk: frisse lucht en wat beweging elke dag.

Intussen zocht ik een psycholoog, want het is duidelijk dat ik iemand nodig heb die me kan leren hoe ik met stress moet omgaan. Twee jaar geleden lag de focus nogal op ‘uit het dal raken’, en ik weet dat dat mij wel gaat lukken als ik voldoende rust neem enzo, maar wat daarna? Hoe voorkom je dat je weeral afglijdt? Want stress gaat er altijd zijn, in de kleine en de grote dingen. Het stapelt zich op voor je het weet. Een baby die in de rij aan de kassa achter u zijn kweik opentrekt. Inpakken voor een vakantie. Verhuizen. Kleine en grote stressoren. Ik wil niet wééral crashen. Blijkt niet simpel, want overal zijn er wachtlijsten van maanden. De moed zonk me weer in de schoenen.
Wel vond ik een yogatherapeute die me hopelijk wat meer kan leren over meditatie en mindfullness, dingen waarvan ik geloof dat ze me zouden kunnen helpen in tijden dat het water me tot de lippen staat om mijn hoofd even te kunnen ontspannen.

Ik ging naar de huisarts met het voornemen om nog één week bij te vragen, dan zou ik netjes op tijd terug zijn voor de maandelijkse facturatie – de drukste periode op het werk voor mijn functie. Zij wilde me er vier bijgeven. Vier weken! Hallo schuldgevoel, want ik moest onmiddellijk denken aan mijn collega alles zou moeten doen en dat voor het eerst, enenenenenen… *paniek* Uiteindelijk ging ik akkoord met drie extra weken, want anders zou ik bovendien op de ziekenkas terechtkomen en dat is nog een stapje te ver voor mij. Ik beloofde evenwel dat ik zou terugkomen als het niet ging.

We gingen een paar dagen naar Luxemburg en dat waren dagen zonder stress. Maar echt niks. Gewoon slapen, eten, wandelen, eten, repeat.

We waren nog maar onderweg terug naar huis, of de stress stak weer de kop op. Er volgden een paar zware dagen. Vies eigenlijk hoe uw ademhaling zo kan reageren op stress dat ge een hele tijd oppervlakkig aan het ademen zijt tot ge bijna licht in het hoofd wordt. Echt vies.

Ook een kort weekendje Ardennen deed me onnoemelijk veel deugd: plotseling geen last meer met ademhalen (behalve bij bergop wandelen, hahaha). Stress, wat is dat? Zodra we thuis waren, begon het weer… Slecht slapen, slecht eten, het is een vicieuze cirkel waar ik niet scheen uit te raken. Hoe moest dat als ik weer zou gaan werken?

Doordat ik veel tijd had om na te denken, besefte ik dat er toch ook op het werk een aantal kleine frustraties zijn binnengeslopen, hoe graag ik mijn job ook doe en hoe tof het team ook is. Hoe ik die ga aanpakken, daarover moet nog worden nagedacht. Want dat deze frustraties grotendeels bij mezelf liggen, staat vast. De aloude droom om iets voor mezelf te beginnen, stak de kop op, maar het ontbreekt me aan een betrouwbare partner die mee met mij de sprong wil wagen, en aan startkapitaal. En misschien ook aan moed, oké 🙂 Wat wil ik eigenlijk doen met mijn (werk)leven?

Mezelf een sjot onder mijn kont gegeven want de weegschaal die blijft maar omhoog gaan, en het kookboek The Green Kitchen tevoorschijn gehaald. Een weekmenu opgesteld, inclusief gezonde tussendoortjes. Naar de winkel gegaan, en geladen gelijk een muilezel met allerlei gezonde dingen teruggekeerd. En zowaar elke dag, met hulp van het lief, gezond gekookt.

Tegenwoordig hebben we de gewoonte om na het eten nog even een blokje om te doen (kwartiertje wandelen). Ik besefte dat daar mijn prioriteit moet liggen: gezond eten & genoeg bewegen, en vooral kijken in het NU. Waarom moest ik in godsnaam stressen over een nochtans leuke afspraak die over twee weken stond ingepland, of over het feit dat ik komende week weer moest gaan werken?

’s Zondags gingen we wandelen, weer die druk op mijn ademhaling voelen onderweg omdat mijn eerste werkdag dichterbij kwam en ik toch niet zag hoe ik 8u per dag werken kon combineren met voldoende rust vinden, gezond koken en genoeg bewegen. (8.000 stappen is nu mijn doel en haal ik met gemak.) Nog niet.

Back to work.

Twee dagen voor mijn ziekteverlof afliep, besefte ik dat ik nog niet klaar was om weer aan het werk te gaan. Dat ik te weinig sliep om een hele dag met volle concentratie achter een bureau te zitten. Dat ik mezelf moed insprak met de woorden: “Och, ge hebt bijna vakantie, tot dan houdt ge het wel vol.” Flashback naar twee jaar geleden, toen ik compleet overstresst naar Zuid-Tirol vertrok. Niet oké.
Toen liet iemand vallen dat halftijds gaan werken ook een optie kon zijn. Ik informeerde bij de ziekenkas. Ik belde naar HetWeb; ik denk dat die vooral heel blij waren dat ik überhaupt terugkwam 😉 Ook mijn huisarts ging akkoord. En ik, ik zie dat helemaal zitten om elke dag vier uur te gaan werken en dan mooi op tijd thuis te zijn voor mijn middagdutje…

Op de publicatiedag van deze blog – donderdag – ben ik dus weer (halftijds) aan het werk na een maand afwezigheid. Wensen jullie me succes?