4 oktober 2020 – Komt goed

Geluk is zo fragiel.

Ik heb een aantal hele goeie dagen gehad, in september. September is mijn maand: de maand van de nazomers, de maand van mijn verjaardag, de maand van de herfst die al in de lucht hangt (ruik jij dat ook?) en de eerste verkleurende bladeren.
Er waren veel anderhalvemeterbabbels (al dan niet met wandeling), er was eindelijk wat goed nieuws, er is mijn rug die stilletjesaan sterker wordt, er is hoop die voorzichtig komt gluren en dat is zo gevaarlijk, want hoe hoger de toppen, hoe dieper de dalen.

Ik merk dat mijn gemoed heel erg afhangt wat er daar gebeurt, bij jou, met jou. Mijn huidige staat van content en rustig zijn is net zo fragiel als jouw gezondheid. In het weekend ben ik rusteloos, omdat mijn gedachten automatisch naar jou uitgaan en ik niet kan afgeleid worden door het werk.
Ik weet dat je niks moet hebben van sentimentaliteit (die no-nonsense-mentaliteit moet ik ergens vandaan hebben immers), anders zou ik je overstelpen met ‘weet je nog die keer dat?’-herinneringen, alleen maar om je te horen. Tegelijk ben ik bang voor een stilte of papa die antwoordt wanneer ik je een bericht stuur, want dat zou betekenen dat je tijdens je moeizame bergopwaartse tocht weer naar beneden bent gegleden.

Het heeft geen zin om wanhopig te doen. Ik klamp me nu vast aan elk uurtje met jou, hell zelfs elke minuut is o zo waardevol.

Je ziet er terug iets meer uit als jezelf, na bijna de hele zomer op het randje van een afgrond waarin ik niet durfde kijken maar die even duister was als de paniek in mijn hoofd. Een afgrond die elke keer je er weer iets bovenop kwam en elke keer je lichaam op weeral een andere manier werd aangevallen, dieper en donkerder scheen te worden.

Dat is wat ik me van de zomer van 2020 zal herinneren: niet die stomme corona, niet het gemekker van mensen over weggevallen vakanties of hittegolven, want dat deed er voor mij allemaal niet toe. Wel hoe ver weg jij was van mij, van ons, en hoe machteloos ik me voelde.

79ADD6F0-90C6-45AD-93C5-4993DB746BBB-1E354EE6-7704-4FF0-B546-6B89CE62CE09

We konden niks doen, enkel af en toe die (niet-metaforische) berg oprijden om je te bezoeken in die muffe ziekenhuiskamer met een irritante machine op de gang die piepjes produceerde. De handen stevig om het fietsstuur geklemd, beducht op wat ons nu weer te wachten zou staan – hoeveel koorts, hoeveel pijn, hoe weinig eten, hoeveel slapen, hoe weinig bewustzijn?

De ‘KOMT GOED’ street art onder de brug, die me telkens een héél klein hartje onder de riem stak. Het zweten, achter dat mondmasker. De Tour de France op tv (in augustus, zo raar, maar augustus leek in alles op juli, het was gewoon één hele lange maand), scrollen door het weinig gevarieerde ziekenhuisweekmenu, papa die versgemaakte confituur meebracht en na exact één uur de zuster die ons vriendelijk kwam melden dat dat ene bezoekuurtje dat ons dat weekend werd gegund afgelopen was – hoeveel weet jij daar nog bewust van?

Niet weten wanneer we je nog eens zouden kunnen bezoeken, wellicht pas een week later want (dankzij stomme corona) met maar twee personen die twee keer per week een uurtje mochten langsgaan, moesten mijn zus en ik onze bezoekjes afwisselen.

Je zien aftakelen, week na week, was een verschrikking die ik niemand toewens. Niet de mensen die er enkel op kunnen staan kijken – hoe blij was ik als iets kon doen, zoals de strijk, of een nieuwe pyjama kopen! – en niet de mensen die lijden en dan maar slapen om alles te vergeten en omdat hun lijf op is.
Je was zo onbereikbaar.
Tranen achter ons mondmasker, en niet begrijpen hoe je hieruit zal raken, of, wanneer, misschien nooit.

Kort nadien had ik voor het eerst in maanden een gesprek van een half uur met jou. Je bent er weer helemaal bij. Dat is zo fijn, mama. Veel fijner dan ik misschien onder woorden kan brengen. Want ‘daar moet ge toch niet mee inzitten Leen, ik voel me beter nu’ waren je letterlijke woorden in een zeldzaam moment van openheid van mijn kant (‘Hoe is het daar?’ vroeg je en ik antwoordde: ‘Niet zo goed omdat het niet zo goed gaat met u’) en een even zeldzaam moment van helderheid van jouw kant ergens middenin die hele, lange zomer, vlak voor je wegzonk in een nieuwe koortswaas.

Met mijn verjaardag was je weer thuis, maar wat was je mager en bleek, precies zo’n klein, pasgeboren vogeltje dat uit haar nest was gevallen.
We waren (en zijn) voorzichtig met hopen, want de vorige thuisverblijven waren immers kort geweest, telkens abrupt afgebroken door weeral slecht nieuws, door weeral naar die ene ons intussen welbekende afdeling, door weeral mijn hart dat in duizend stukken ging.

Je vroeg me uitdrukkelijk, intussen al anderhalf jaar geleden, om hierover niet te bloggen. Ik hou me daaraan, al heb ik deze post weldegelijk geschreven op 4 oktober 2020, maar ik klik niet op ‘Publiceer’. Misschien later, als dit alles achter de rug is. Als het niet meer uitmaakt wie het wel of niet weet.

Ik ben zo fokking bang voor wat nog zal komen. De rust en de wekenlange chemopauze heeft je deugd gedaan, dat zien we allemaal, maar ben je sterk genoeg voor het vervolg? En wat zal dat vervolg brengen, na anderhalf jaar ups en downs?

We mogen niet vooruitkijken. Corona heeft alles doen vertragen, maar jouw ziekte heeft keihard op de rem getrapt. We houden onze adem in, en in mijn hoofd brand ik alle kaarsjes in de Notre Dame die ik kan vinden, in plaats van dat zielige eentje in maart 2019 (waarna de hele kerk twee weken later in vlammen opging, maar ik weiger te geloven in signs van die dramatische grootorde).

Advertentie

16 gedachtes over “4 oktober 2020 – Komt goed

  1. Ik krijg er koude rillingen van. Het is ongelooflijk mooi geschreven, maar zo hard, waar zij, waar jij, waar jullie doormoesten. Wat had ik je zo gewenst dat ze wél nog een kans had gehad. Kutziekte.
    Ik hoop dat je – van je omgeving, van jezelf – de kans krijgt om te rouwen, altijd, ook als “die eerste keren” misschien voorbij zijn en het voor iedereen “daarbuiten” al lang back to normal is. Missen wordt misschien wel minder (hoewel, vooral anders), maar helemaal weg, dat gaat het nooit.

    Geliked door 1 persoon

    1. De pijn blijft, het missen ook, maar het mindert, verandert. Dat is zeker waar. Ik denk dat heel weinig mensen weten waar zij en wij doorheen zijn gemoeten, omdat we door corona zo afgesloten waren van iedereen. Ik heb er ook heel lang over gezwegen op het werk om daar tenminste nog te kunnen doen alsof alles normaal was. Zelfs mijn blog kon geen uitlaatklep zijn en dat zo opkroppen heeft tot dit postje geleid 🙂
      Merci voor je warme woorden Haaike!

      Geliked door 1 persoon

  2. Hoeveel warme liefde en hoeveel koud verdriet kan je in één tekst hebben. Blijf maar huilen als het moet desnoods tegelijkertijd met lachen om mooie herinneringen. Niemand zou zo vroeg en op zo’n pijnlijke manier zijn naasten mogen verlaten. Dikke knuffel!

    Geliked door 1 persoon

  3. ik weet niet goed wat ik hier moet op schrijven…dit is zo rauw. Ik herken hoe je hele gemoed meegaat met de golven van de gezondheid van iemand anders. Het optimisme en hoop als het even beter gaat, hoe alles weer in elkaar stort als dat niet zo is.

    Ik vind het zo erg dat je het toen niet kon delen zoals je misschien wel nood toe had. Ik hoop dat je toch genoeg steun gehad hebt en nog steeds krijgt, want dit verwerk je niet zomaar.

    dikke knuffel

    Geliked door 1 persoon

    1. Het hielp op dat moment wel een beetje om het alvast op te schrijven hier op de blog (en dan doen alsof het voor publicatie was :p) en het nu opnieuw lezen én posten was opnieuw een deel van het proces waar ik schijnbaar doorheen ga. Steun van de omgeving was er zeker, en van sommige mensen nog steeds 🙂 Dat geluk had/heb ik wel!

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s