Plantjes in huis #3

Het is al anderhalf jaar geleden dat ik u nog eens de plantjes in ons huis toonde. Toen ik de vorige postjes las, besefte ik dat er een heel deel ‘komen te gaan’ is, dat ik intussen zo mijn favoriete rassen heb (ficussen! alocasia’s! tradescantia’s!) en dat er veel nieuwe plantjes zijn bijgekomen.

Opgelet: dit wordt een echt #crazyplantmom postje!

Ik heb ook geleerd dat verspreiden niet the key is. Verspreiden geeft mensen het gevoel dat uw kot volstaat en dat ge uw gat er niet in kunt keren. Dat hele urban jungle gedoe, ik heb dat nog niet onder de knie. Vooral omdat ik geen hippe macraméhangers heb omdat ik niks heb om ze aan op te hangen en dus enkel horizontaal kan werken.

Mijn voornemen was om geen geld meer te spenderen aan planten dit jaar. Toen ontdekte ik ruilgroepjes op Facebook, en leerde ik heel veel bij over het stekken van plantjes. Mijn baas kocht twintig planten voor op kantoor, en daar zitten er heel wat bij die kunnen gestekt worden. Dus op het werk, vooral in de buurt van mijn bureau dat spreekt, begint het ook een beetje een jungle te worden.
Toen ik een maand thuis zat, begon ik mijn jungle wel te missen, want zelf had ik een aantal planten weggedaan die ofwel constant ziek/ongelukkig waren, ofwel zodanig aangetast door het vieze beestje trips dat ze niet meer te redden waren. Onze living was zo leeg ineens!
Dus toen ik naar de Aveve ging voor een middeltje tegen trips, moest ik langs de tafels met kamerplanten passeren. Die je met ecocheques kan betalen. Ecocheques die volgende maand vervielen. Dus ja. Ik kon niet anders toch?

Heb ze thuis allemaal verpot, want de worteltjes kwamen al door de gaatjes, en vervolgens van de gelegenheid gebruik gemaakt om alle plantjes in huis wat te schikken. De enige ruimtes zonder groen zijn het toilet, de slaapkamer en de berging trouwens. Voor de slaapkamer broed ik nog op een plant, maar ik kan niet kiezen voorlopig.

Dus, het hoogste moment voor een rondje door ons huis!

De gang

Daar stonden tot voor kort geen plantjes maar zeker op de overloop was er opvulling nodig wegens echo, dus tja. Voilà.

  • tradescantia yellow hill: de moederplant, van een stekje dat ik van oma kreeg. Grote fan, want deze plant laat zich makkelijk stekken en groeit heel mooi in de breedte en in de lengte. Afhankelijk van hoeveel (direct) licht hij krijgt, verkleuren zijn blaadjes tussen geelwit en groen.
  • spinnenplant ofte graslelie, de kamerplant die je in vele Vlaamse huiskamers terugvindt. In het tweede leerjaar kregen we van juf An allemaal een stekje mee naar huis van de graslelies die in de klas stonden, en daarvan is deze plant nog een afstammeling. Makkelijk in het onderhoud (hoewel ik er al een paar heb laten doodgaan), en makkelijk te stekken (ik wacht vol ongeduld op baby’s!).
klein raam op het zuiden.
  • alocasia cucullata, die ik cadeau kreeg van HetWeb voor secretaressedag vorig jaar en die hier heel mooi tot z’n recht komt want het is best een grote plant. Hij houdt van een portie direct zonlicht, maar krijgt dat hier nauwelijks dus ben nog niet zeker of hij het hier zo tof vindt.
  • kalanchoë thyrsiflora ofte woestijnroos, een heel mooi vetplantje zolang het klein is. Eenmaal hij in de hoogte begint toe te nemen, zal hij onderaan bladeren gaan verliezen zodat je uiteindelijk een lange, kale stam krijgt. Stekken kan door de baby’s die aan zijn voet uitkomen, af te scheuren. Deze plant heeft een paar baby’s, maar ik heb ze nog niet durven wegnemen van hun moeder 🙂 In de zon krijgen de blaadjes roze randen. Heel mooi!
  • crassula ovata gollum (hoe cool is die naam!) wiens slurfuiteindes rood kleuren in het zonlicht.

De badkamer

Twee calathea’s, waarvan er eentje niet zo happy is maar ik heb het gehad met die diva’s dus ze kan haar plan trekken. De calathea triostar is één van mijn lievelings nu ze er weer bovenop aan ’t komen is en de nieuwe bladeren dieproze kleuren aan de onderkant. Wat een beauty!

De bibureau

Aangezien ik hier veel minder zit dan vroeger, staan er nog maar enkele planten – ik wil het lief zijn portie gezuiverde lucht niet ontzeggen en toegegeven, de goudpalm is zo breed geworden dat er nergens anders plek is voor hem. En hij blijft maar nieuwe blaadjes krijgen!

  • rechtsonderaan de areca ofte goudpalm, ooit in ’t klein gekocht bij Ikea en ziet nu wat een prachtige reus. De puntjes van de bladeren worden bruin (zelfs als je een paar keer per week met water besproeit), maar een kappersbeurt af en toe komt de plant enkel ten goede. Hij houdt absoluut niet van direct zonlicht, dus in deze kamer met Veluxraam op het oosten is hij helemaal in z’n nopjes.
  • lepelplant, twee stuks. Want da’s zo’n beetje de standaard kamerplant, toch?
  • linksbovenaan een microsorum, enfin dat denk ik toch; hij mist het typische krokodillenpatroon van die plant dus eigenlijk weet ik het niet… Houdt van vochtige grond, heb ik gemerkt.

Het dressoir

Het leegste oppervlak in heel onze living, moet ik erbij vermelden!

  • Ik heb een wonky relatie met deze erwtenplant ofte senecio rowleyanus. De originele stierf bijna meteen na het verpotten; ik kon nog net één stekje redden en dat is uitgegroeid tot deze plant. Hij is net verpot dus ik hou hem goed in de gaten; bij het minste teken van verval ga ik als een idioot stekjes nemen!
  • Op de achtergrond zie je nog een lepelplant, ooit eens van het werk meegepakt naar huis omdat die daar stond te verpieteren. Hij vond het verpotten van onlangs absoluut niet leuk en hangt sindsdien (drie-vier weken geleden?) slapjes.
  • O, en het Star Wars schip moeten we nog afwerken. Nog één stapje in het legoboekje te gaan!

De blauwe kast

Naast de keuken, tegenover het dressoir, staat mijn favoriete ladekastje. Eerst stond er enkel de sansevieria (een stek die ik ooit van mijn oma kreeg) maar ik heb er nog wat bijgepropt. Niet zeker of dit gaat werken, ik vind het precies te vol; het was mooier toen enkel de sansevieria er stond. Wie weet ruil ik de begonia’s nog voor iets anders 🙂
Edit: de aglaonema is intussen naar de bibureau verhuisd.

  • aglaonema silver bay, waarvan ik de naam elke keer weer moet gaan opzoeken want spreekt dat maar eens uit zonder te spieken, is een redelijk stil plantje dat weinig aandacht vraagt. Af en toe een beetje water en euhm… that’s it?
  • twee stekken van de begonia maculata (want serieus, nooit genoeg stippen). Deze plant schiet heel snel de hoogte in, en daarom heb ik hem helemaal gesnoeid. De gesnoeide toppen bleken heel makkelijke stekjes. Het is omwille van de stippen een populaire plant dus ik hoop hem nog flink te kunnen ruilen.
  • sansevieria laurentii, de sensevieriasoort die iedereen kent. Ik ontdekte trouwens pas bij het schrijven van deze post dat het sansevieria is, en niet sanseveria. Woeps. Heeft weinig zorg nodig, af en toe een klein scheutje water. Beter te droog dan te nat, en niet in de volle zon.

Naast de zetel

Daar is het redelijk sober, omdat, tja, ik vanuit de zetel naar tv kijk en niet opzij naar de plantjes, ahja! Er is een tijd geweest dat de frigo volstond, en dat ervoor ook nog een tafeltje met twee planten stond. Maar zo is het veel beter.

  • tradescantia zebrina (want alle planten met ‘zebrina’ in hun naam zijn mooi en kijk dan dat paars!), een stekje van een plant op het werk. Deze plant laat zich makkelijk stekken, heeft graag veel licht en gaat uiteindelijk hangen als de takjes eenmaal lang genoeg zijn.
  • peperomia polybotrya ofte ‘raindrop’ die altijd z’n blaadjes verliest tot er nog eentje over is, en dan komen er weer nieuwe aan; geen idee wat ik verkeerd doe.
  • sansevieria cylindrica wiens takken zo lang geworden zijn, dat het eerder een hangplant aan het worden is en ik zou hem moeten verpotten en uit elkaar halen, dat zei ik twee jaar geleden al. Een afdankertje van mijn oma, die hem eigenlijk wou weggooien omdat hij zoveel plek inneemt.

IMG_20190606_175618

Mijn dracaena marginata ofte drakenbloedboom (zo’n mooie naam!) kocht ik ooit in ’t klein bij Ikea en moet je ‘m nu zien. Ik denk erover hem te snoeien eens we verhuisd zijn, maar dat is toch wel heel erg spannend om te doen. Zo zou je hem ook kunnen stekken, trouwens, dus dat geeft een extra motivatie om het te proberen…

De tv-kast

Oké, nu ik dat zo bezie staat er op elk meubelstuk in onze living wel een plant. Nu ja, minstens twee planten zelfs. Ik heb twee ficussen – op kantoor staan nog twee soorten – en ik vond het wel grappig om eentje aan elke kant van de tv te zetten, voor de symmetrie.

  • ficus benghalensis (rechts van de tv), met grote zachte bladeren, maar hij is verwaarloosd geweest, vandaar de bruine bladpunten.
  • ficus elastica Abidjan (links van de tv), met donkere bladeren en een rode nerf. Love at first sight zeg ik u, en ik heb hem stiekem ook al gestekt, lalala.
  • fittonia of mozaïekplantje, eentje links (Mont Blanc) en eentje rechts (de roze versie, die geen naam lijkt te hebben). Ik had er vroeger nog eentje maar euhm ja. Eén keer te vaak vergeten water geven.
  • scindapsus pictus, een heel schattig hangplantje (nu ja, eigenlijk een klimplant) met een zilveren bladpatroon, die het afgelopen jaar snel gegroeid is en die ik nu ook gestekt heb.
  • sansevieria laurentii, een stek van de moederplant op het blauwe ladekastje.
  • begonia maculata want die staan gewoon overal.

Dat was part one. Part two, mijn bureautje en de keuken, die komen er in een volgende post aan. In totaal staan er exact 60 plantjes in huis exclusief de stekjes die nog op water staan, waarvan er in de volgende post nog 31 aan bod moeten komen. Er staan er 47 in de living en 13 boven. Ik dacht: ideaal moment voor een volkstelling, maar dat was toch efkes verschieten!

Hoeveel plantjes staan er in jouw huis, en welke zijn je favorieten?

Advertenties

Hoe is het nog met dat hoofd en dat lijf van mij? #3

Wel ik ga direct met de deur in huis vallen: niet zo goed.

Aanloop.

  • Halverwege mei was er een workshop over stress & burn-out bij HetWeb waarbij we de stresscurve bekeken, en de schellen vielen van mijn ogen: ‘Leen kind, gij zit godverdomme weer veel te ver in die oranje zone. Het zal vechten worden om daar weer uit te klimmen, terug naar de veilige andere kant van de top van de grafiek.’ De moed zakte me in de schoenen.

  • Ik las Het burn-out dagboek van Maaike Hartjes. Ik dacht altijd dat mijn burn-out van twee jaar geleden geen ‘echte’ burn-out was omdat ik niet halfblind werd of me nog wél uit bed kon sleuren, maar Maaike had bijna exact dezelfde symptomen als ik. Er was zoveel herkenbaarheid in dit boek dat het te confronterend was. Alleen bleef Maaike maandenlang thuis en begon ze stilletjesaan weer met werken zonder professionele hulp, terwijl ik na een maand weer fulltime ging werken en ik overal hulp zocht, bij coaches en psychologen en yoga.
  • Er waren de vele kleine symptomen: dat ik mij ergerde aan alles en iedereen, dat ik bij momenten echt klote sliep, dat mijn middenrif zich opspande alsof het niet wilde dat ik nog ooit normaal zou kunnen ademen (dat heet hyperventilatie ’t schijnt), dat ik zoveel vergat (kortetermijngeheugen wat is dat?) maar intussen wel nog een Marco Borsato-liedje kon meebrullen dat ik geen tijden had gehoord (want met wat voor onnuttige informatie puilen uw hersens eigenlijk uit zeg?)… En het feit dat ik begin dit jaar deze rubriek begon, goed wetende dat ik aan het afglijden was, maar er verder niks mee deed. Ik heb zoveel snipperdagen opgenomen, gewoon om thuis in mijn zetel te kunnen crashen. Hoezo is dat normaal? Ik ben 32, niet 82; een weekend waarin ik enkel wat in de tuin pruts, de was doe en een boek lees, zou mijn batterijen net moeten opladen, maar dat hielp allemaal al lang niet meer.
  • Ik werd door de kleinste dingen keihard geraakt – een stuk grond boven op mijn berg dat te koop stond en ik zag de appartementsgebouwen al verrijzen (maar het bleek achteraf toch landbouwgrond; paniek voor niks), Sarah Bettens die plots Sam Bettens gaat worden en nu moet ik afscheid nemen van de mooiste stem ever: het was allemaal goed voor paniekerige huilbuien. Zo van die kleine onnozele dingen waar andere mensen totaal niet van wakker liggen, trok ik mij aan alsof het einde van de wereld nabij was.

De oorzaken.

Dit keer niet per se het werk – vorige keer was het zo duidelijk dat het aan bepaalde taken lag, die intussen ver uit mijn buurt blijven. Mijn workload is onder controle, al zijn er natuurlijk de kleine dagdagelijkse frustraties… maar wie heeft die niet? Het was een samenloop van omstandigheden die een jaar geleden al begon, op de dag dat het lief mij ten huwelijk vroeg en ik besloot dat we binnen zeven maanden zouden gaan trouwen.

Daar kwam de aankoop van een huis bij en de vele hoewel erg leuke keuzes die we moesten maken betreffende keuken, badkamer en die zaken.
Er was Nepal, een fysieke uitdaging om u tegen te zeggen want efkes naar 4100m wandelen met elke nacht slecht slapen en een belabberde conditie, het is geen aanrader.
De drie weken voor onze trouw heb ik in een waas van stress geleefd.

En toen volgde in december de weerslag: spieren begonnen op onvoorspelbare momenten te trillen in mijn dij en mijn ooglid, de ene insomnianacht volgde op de andere en toen was het kerstvakantie. De winter brengt altijd iets van rust, mensen zitten liever gezellig binnen en zo ook ik. De zetel was (en is) mijn beste vriend.

Toen werd er vlakbij iemand Ziek, ge wilt niet weten hoeveel ik daarvoor wanhopig heb liggen bleiten, zo bang was ik. Iemand anders zien afzien, iemand die zo nabij is, het maakte iets kapot binnen in mij.
Daarnaast wilden we per se eind mei ons appartement te koop zetten, wat we op het laatste nippertje – alles was eindelijk opgeruimd! – besloten uit te stellen naar na de zomer. Ge wilt niet weten hoeveel fokking stress ik daarvoor heb gehad. Mij efkes neerzetten ging niet, ah neen, ge kunt beter nog een deur afwassen of eens naar het containerpark gaan!

En toen was er dus die stress-workshop.

BOEM.

Ik nam met opzet het weekend na die beruchte workshop een extra vrije dag op, in de hoop wat te kunnen rusten en veel in mijn moestuin te kunnen zijn, maar dat hele weekend, drie dagen lang, heb ik lopen stressen like there was no tomorrow. Ge wilt het niet weten. Zelfs liggen in de zetel met een boek, mijn favoriete ontspanningshouding, hielp er niet aan: ik lag naar adem te happen als een vis op het droge tot mijn luchtpijp pijn deed.

Toen ik dinsdag naar kantoor ging, wist ik: dit is mijn laatste werkdag deze week. Misschien wel deze maand. Ik deed alles wat ik zeker nog moest doen om het mijn collega’s iets makkelijker te maken tijdens mijn afwezigheid, die (zo hield ik me voor) maximaal twee weken zou duren. Ik knuffelde nog eens extra met kantoorhondje Kona. Ik besteedde extra veel zorg aan de jungle, waarvan ik wist dat die in goede handen zou achtergelaten worden. Ik ruimde mijn bureau op.

IMG_20190517_114702

Die dinsdagavond ging ik naar de huisarts, en ik stortte in. Begon te bleiten en godverdomme, het voelde zo hard als een herhaling van twee jaar geleden. Maar dan zonder de extreme vermoeidheid die me toen naar haar kantoor had gejaagd. (Zie, een pluspunt.) Ik voel me zo gefaald, omdat ik het heb zien aankomen dit keer, maar er niets aan deed. Niets aan kon doen. Niet wist wat te doen, behalve doorzetten. Ze schreef me een week voor, wat een opluchting was.

Thuis.

Ik mat mezelf een dagelijkse routine aan van opstaan, blogs lezen met mijn bokes met choco, misschien een blog schrijven, dan iets doen in huis (beetje opruimen, de was ophangen, stekjes planten, zo van die kleine dingetjes), iets eten, een boek lezen en eventueel een dutje doen, en ’s namiddags een korte wandeling of naar de tuin of iets dergelijks, maar toch even buiten komen. Dat vond ik belangrijk: frisse lucht en wat beweging elke dag.

Intussen zocht ik een psycholoog, want het is duidelijk dat ik iemand nodig heb die me kan leren hoe ik met stress moet omgaan. Twee jaar geleden lag de focus nogal op ‘uit het dal raken’, en ik weet dat dat mij wel gaat lukken als ik voldoende rust neem enzo, maar wat daarna? Hoe voorkom je dat je weeral afglijdt? Want stress gaat er altijd zijn, in de kleine en de grote dingen. Het stapelt zich op voor je het weet. Een baby die in de rij aan de kassa achter u zijn kweik opentrekt. Inpakken voor een vakantie. Verhuizen. Kleine en grote stressoren. Ik wil niet wééral crashen. Blijkt niet simpel, want overal zijn er wachtlijsten van maanden. De moed zonk me weer in de schoenen.
Wel vond ik een yogatherapeute die me hopelijk wat meer kan leren over meditatie en mindfullness, dingen waarvan ik geloof dat ze me zouden kunnen helpen in tijden dat het water me tot de lippen staat om mijn hoofd even te kunnen ontspannen.

Ik ging naar de huisarts met het voornemen om nog één week bij te vragen, dan zou ik netjes op tijd terug zijn voor de maandelijkse facturatie – de drukste periode op het werk voor mijn functie. Zij wilde me er vier bijgeven. Vier weken! Hallo schuldgevoel, want ik moest onmiddellijk denken aan mijn collega alles zou moeten doen en dat voor het eerst, enenenenenen… *paniek* Uiteindelijk ging ik akkoord met drie extra weken, want anders zou ik bovendien op de ziekenkas terechtkomen en dat is nog een stapje te ver voor mij. Ik beloofde evenwel dat ik zou terugkomen als het niet ging.

We gingen een paar dagen naar Luxemburg en dat waren dagen zonder stress. Maar echt niks. Gewoon slapen, eten, wandelen, eten, repeat.

We waren nog maar onderweg terug naar huis, of de stress stak weer de kop op. Er volgden een paar zware dagen. Vies eigenlijk hoe uw ademhaling zo kan reageren op stress dat ge een hele tijd oppervlakkig aan het ademen zijt tot ge bijna licht in het hoofd wordt. Echt vies.

Ook een kort weekendje Ardennen deed me onnoemelijk veel deugd: plotseling geen last meer met ademhalen (behalve bij bergop wandelen, hahaha). Stress, wat is dat? Zodra we thuis waren, begon het weer… Slecht slapen, slecht eten, het is een vicieuze cirkel waar ik niet scheen uit te raken. Hoe moest dat als ik weer zou gaan werken?

Doordat ik veel tijd had om na te denken, besefte ik dat er toch ook op het werk een aantal kleine frustraties zijn binnengeslopen, hoe graag ik mijn job ook doe en hoe tof het team ook is. Hoe ik die ga aanpakken, daarover moet nog worden nagedacht. Want dat deze frustraties grotendeels bij mezelf liggen, staat vast. De aloude droom om iets voor mezelf te beginnen, stak de kop op, maar het ontbreekt me aan een betrouwbare partner die mee met mij de sprong wil wagen, en aan startkapitaal. En misschien ook aan moed, oké 🙂 Wat wil ik eigenlijk doen met mijn (werk)leven?

Mezelf een sjot onder mijn kont gegeven want de weegschaal die blijft maar omhoog gaan, en het kookboek The Green Kitchen tevoorschijn gehaald. Een weekmenu opgesteld, inclusief gezonde tussendoortjes. Naar de winkel gegaan, en geladen gelijk een muilezel met allerlei gezonde dingen teruggekeerd. En zowaar elke dag, met hulp van het lief, gezond gekookt.

Tegenwoordig hebben we de gewoonte om na het eten nog even een blokje om te doen (kwartiertje wandelen). Ik besefte dat daar mijn prioriteit moet liggen: gezond eten & genoeg bewegen, en vooral kijken in het NU. Waarom moest ik in godsnaam stressen over een nochtans leuke afspraak die over twee weken stond ingepland, of over het feit dat ik komende week weer moest gaan werken?

’s Zondags gingen we wandelen, weer die druk op mijn ademhaling voelen onderweg omdat mijn eerste werkdag dichterbij kwam en ik toch niet zag hoe ik 8u per dag werken kon combineren met voldoende rust vinden, gezond koken en genoeg bewegen. (8.000 stappen is nu mijn doel en haal ik met gemak.) Nog niet.

Back to work.

Twee dagen voor mijn ziekteverlof afliep, besefte ik dat ik nog niet klaar was om weer aan het werk te gaan. Dat ik te weinig sliep om een hele dag met volle concentratie achter een bureau te zitten. Dat ik mezelf moed insprak met de woorden: “Och, ge hebt bijna vakantie, tot dan houdt ge het wel vol.” Flashback naar twee jaar geleden, toen ik compleet overstresst naar Zuid-Tirol vertrok. Niet oké.
Toen liet iemand vallen dat halftijds gaan werken ook een optie kon zijn. Ik informeerde bij de ziekenkas. Ik belde naar HetWeb; ik denk dat die vooral heel blij waren dat ik überhaupt terugkwam 😉 Ook mijn huisarts ging akkoord. En ik, ik zie dat helemaal zitten om elke dag vier uur te gaan werken en dan mooi op tijd thuis te zijn voor mijn middagdutje…

Op de publicatiedag van deze blog – donderdag – ben ik dus weer (halftijds) aan het werk na een maand afwezigheid. Wensen jullie me succes?

Gouden randjes #25

* met het lief een minifietstochtje maken naar My Hometown, om naar den bouw te gaan kijken (die echter al een paar weken stil ligt) * het verjaardagsfeestje van mijn tante met alle Bergskes * mijn vader helpen met het schoonmaken van het glazen dak, wat al zeker 10 jaar geleden was en dus wel wat herinneringen opriep * in de tuin gaan werken: nog een laatste stuk omspitten en pompoen, courgettes en komkommers planten * maandag een dagje vrij nemen maar er was zoveel stress, niet normaal * door de dokter een week thuisgeschreven worden, het voelde als een last die van m’n schouders viel * alvast foto’s maken voor de verkoop van ons appartement maar na rijp beraad beslissen om de verkoop toch maar uit te stellen tot na de zomer: opnieuw een last die van mijn schouders viel * terug beginnen schrijven, want ik zat efkes vast en toen plots niet meer * veel lezen en Netflixen maar mezelf toch dwingen van elke dag efkes buiten te komen *

* naar de bib in mijn dorp gaan ipv in Leuven, en daar boeken kunnen uitlenen waarvoor ge in Leuven drie maand op een wachtlijst moet staan * heel veel lezen * tijd om te prutsen in de tuin * de moed vinden om aan de huisarts verlenging te vragen, en die ook krijgen * collega’s die lieve berichtjes sturen * een paar daagjes Luxemburg: groen, wandelen, zon, natuur, en vooral: geen stress, wat een verademing! * een superlekkere witte wijn drinken op restaurant *

* een paar glaasjes wijn op het terras van mijn ouders * de alocasia zebrina die nog een tweede én een derde baby begint te groeien * me eindelijk iets beter beginnen voelen (maar het gaat met ups & downs, dus hout vasthouden) * samen naar de winkel en samen koken met het lief (eindelijk eens geen pizza of andere brol!) * de eerste tomatenbloempjes * naar de bib gaan en thuiskomen met een mooie stapel boeken * voor het eerst in zes jaar zo goed als ‘bij’ zijn met blogs lezen (60 ongelezen postjes in de feedreader, in plaats van de normale 300) * het lief die naar de biowinkel gaat voor mij zodat ik na twee weken eindelijk terug mijn favoriete thee kan drinken * nieuwe plantjes gekocht… met ecocheques die op moesten! * komen eten in Mechelen met kater Simba die wijselijk op afstand bleef * een supermelige foto doorgestuurd krijgen van de collega’s, snif :’) *

* Namen bezoeken, en dat bleek een hele toffe stad te zijn * blauwschimmelkaas in een wijnbar met een goed glas bubbels * op restaurant lekkere huisrum krijgen als digestief van het huis * een prachtige en redelijk avontuurlijke wandeling (regelmatig doornstruiken, brandnetels, omgevallen bomen en teken op ons pad) langs de Maas * kortom een fijn weekendje weg met de schoonmoeder * op babybezoek gaan in het Gentse * nog eens een kookboek uit mijn kast pakken en een gezonde weekmenu opstellen, en me daar ook aan kunnen houden! * na lang twijfelen toch meegaan naar Allez Chantez en dat geweldig leuk vinden * naar Leuven gaan voor enkele boodschappen, en thuiskomen met een hele stapel voornamelijk tweedehandse bloempotten (en oké, ook één plantje) * een fijne lunch in De Maekerij * een heleboel stekjes meekrijgen zodat de kraamkliniek op de vensterbank weer volzet is * met het lief uit eten en een dame blanche delen als dessert *

Wat waren jouw mooie momentjes?

Over een workshop stress & burn-out op de werkvloer

Burn-out, het is tegenwoordig een hot topic. Iedereen kent wel iemand die een burn-out heeft (gehad), of kampt zelf met problemen die in die richting wijzen. SD Worx publiceerde begin dit jaar enkele cijfers over het jaar 2018, waarbij ze melden: “(…) liefst 12,3% van de werknemers in de Belgische privésector zat vorig jaar tussen een maand en een jaar thuis wegens ziekte; het jaar ervoor was dit 11,7%.” Voornamelijk in grote organisaties, maar het blijft veel he, 12 mensen op 100.

Ook bij ons op kantoor wordt er geworsteld met stress. Ik weet niet of dat aan het type mensen ligt, aan de branche of aan een combinatie van vanalles, maar ik zie om mij heen hoe er zoveel moeite moet worden gedaan om een goede balans te vinden… terwijl wij bij een tof bedrijf werken en de sfeer op de werkvloer goed zit.
Maar ik weet beter dan wie ook dat er niet enkel op de werkvloer de nodige stressoren zijn: ook in je privéleven bots je constant op eisen en verwachtingen waaraan je moet, maar zelden kan voldoen.

Foto door Jonas Denil.

Toen HetWeb een workshop stress & burn-out organiseerde, was ik er dan ook als de kippen bij om me in te schrijven. Het was slechts een korte namiddag, helaas, want dit is een onderwerp waar je volgens mij uren over kan praten en bijleren. Een onderwerp waar je niet genoeg over kán weten.

Intro/ check-in

We begonnen met een soort kringgesprek waarin iedereen mocht zeggen waarom hij/zij hier zat, en wat er van de workshop werd verwacht. De antwoorden waren uiteenlopend, want uiteraard waren er mensen die niet zozeer voor zichzelf kwamen (stress? wat is dat?) maar om tekenen van te veel stress te kunnen herkennen bij anderen. Het was efkes verschieten van sommige antwoorden: er waren collega’s die aangaven dat ze naar hun gevoel in het rood of het oranje zaten, of al maanden niet meer zonder stressgevoel hadden doorgebracht. (Ik, bijvoorbeeld. En ik verschoot daar zelf ook van, want tot nu toe heb ik altijd vooruit proberen te kijken, maar door nu even achteruit te kijken, besefte ik pas hoe diep ik weer aan het zakken was.)

Wat is stress?

Stress is een natuurlijk proces in het lichaam, een reactie op een trigger die een gevaar vormt voor je systeem, bijvoorbeeld een tijger die ineens voor je op de weg springt of een belangrijke meeting die eraan komt. Stress is een alarmsignaal: het triggert hormonen die je lichaam klaarmaken voor ‘fight or flight’. Normaalgezien is dit kort en accuut, en daarom in eerste instantie iets positiefs, want het zorgt ervoor dat je gedreven blijft en jezelf uit een gevaarlijke (of drukke) situatie kan redden.

Screen Shot 2019-06-11 at 08.58.40.png

Na een stresspiek volgt in principe een periode van rust en herstel. Je lichaam kan wel wat stress aan, maar als je op den duur geen pieken meer hebt, maar één rechte lijn van stress zonder herstelperiodes tussenin, spreekt men van chronische stress en dat brengt alles in gevaar.
Je lichaam moet dan gaan bijsturen en gaat cortisol blijven produceren in je bijnieren. Dat vraagt heel veel van je lichaam waardoor allerlei andere functies worden uitgeschakeld om energie te sparen: zo komt het dat je bijvoorbeeld gaat hyperventileren, dat je te warm krijgt, dat je spijsvertering overhoop ligt… In de meest extreme gevallen (en die zijn er!) zijn er mensen die op den duur niet meer kunnen zien of van wie bepaalde ledematen het laten afweten. Bovendien heeft het ook een effect op je immuniteit, gezien je spijsvertering vitamines niet meer goed kan opnemen: mensen met te veel stress worden sneller ziek.
In theorie krijg je een burn-out als je zes maanden constante stress hebt gehad.

Om iets te kunnen doen aan je stressniveau, moet je weten wat je stressoren juist zijn. En die kunnen zich zowel in je privéleven als op je werk bevinden.

Het drievoudige menselijke brein

Bron: https://blouw-druk.nl/300-2/

De workshopbegeleidster gaf ons wat theorie omtrent de werking van onze hersenen. We hebben drie delen, waarvan het oudste ons ‘reptielenbrein‘ is, het primitieve systeem dat van in den beginne al bij ons is en zorgt voor de nodige alertheid en het produceren van stress in geval van gevaar. Daarna is het limbisch systeem erbij gekomen (waarin o.a. sociaal gedrag en onze emoties zich bevinden), en tot slot de neocortex (waar de ratio zich bevindt). (Dit is héél kort uitgelegd hoe dat in elkaar zit; hier bijvoorbeeld wordt het meer in detail uitgelegd.)

De evolutie gaat te snel in die zin dat ons primitieve reptielenbrein alle veranderingen niet kan volgen: we moeten ons constant aanpassen, constant alert zijn, waardoor we (sommige mensen meer en sneller dan anderen) overprikkeld geraken.
Die overmaat aan stress zorgt ervoor dat de neocortex in een kramp geraakt, waardoor je ratio (het wéten dat alles uiteindelijk wel goed komt, en dat stressen eigenlijk nergens goed voor is) wegvalt, je concentratie vermindert, en dat je dingen gaat vergeten. Allemaal gevolgen die ik de voorbije maanden aan den lijve heb ondervonden.

Belangrijk in deze situatie is dat je hersens terug moeten gaan ontspannen. Bewegen, veel water drinken, goed slapen en gezond eten spelen daarbij een belangrijke rol. (Maar net wanneer ik zoveel stress heb, ga ik slechter slapen, meer boefen en ontbreekt het mij aan de fut om veel te bewegen…)

De stress performance curve

Bron: https://www.researchgate.net

Op de stresscurve wordt met vier kleuren gewerkt.

  • groen: te ontspannen, niet veel motivatie, tot verveling toe. Hier zit eerder de bore-out.
  • geel: in het begin van de gele zone heb je net voldoende stress om uitdagingen uit te gaan, om gemotiveerd te zijn. Dit is waar je in de ideale wereld zou moeten zitten. Aan de voet van de top is het keerpunt: je blijft maar doorgaan, ook al kan je niet meer. Je zelfbeeld en je prestaties gaan naar beneden en je komt in een negatieve spiraal terecht. Dat is (voor mij) het punt waarop mijn rode vlaggetjes als paddenstoelen uit de grond schieten en ik dringend een portie selfcare moet gaan toepassen.
  • oranje: het gevoel van falen wordt steeds groter; je wil blijven vechten want ‘opgeven’ dat staat niet in je woordenboek. De fysieke klachten (rug, nek, hoofd, maag, darmen) nemen toe. Je MOET hulp vragen, want op een bepaald moment kan je het niet meer alleen. Een ‘buddy’ (of dat nu een goede vriendin of een professionele psycholoog is) kan je helpen om terug naar de andere kant te raken.
  • rood: break down. ’t Is gedaan.

We mochten voor onszelf op deze grafiek aangeven waar we dachten dat we zaten. Gezien alle symptomen wist ik dat ik mezelf in de oranje zone moest plaatsen – nog niet zover als twee jaar geleden, maar godverdomme veel verder dan ik had gedacht. De rode zone leek plots zo angstaanjagend dichtbij, de klim naar de andere kant van de top onoverkomelijk zwaar.

De symptomen

Natuurlijk ken je (onbewust misschien) de symptomen die erop wijzen dat het niet goed met je gaat. Nochtans zijn we heel goed in het negeren ervan. Ik ben misselijk? O, dat zal wel een griepje zijn. Ik voel me constant duizelig? O, dat zal wel normaal zijn en vanzelf overgaan. Ik ben altijd moe? O, dat zal wel het normale winterdipje zijn, en de lente staat voor de deur! We zijn zo goed geworden in die signalen negeren… terwijl ons lichaam ons vanalles duidelijk wil maken.

Die symptomen verschillen van mens tot mens, maar zijn onder te verdelen in drie categorieën.

  • De emotionele symptomen: je huilt veel sneller en schijnbaar zomaar, je ergert je aan alles en iedereen, …
  • De mentale symptomen: je slaapt slecht, je bent rusteloos, je gaat doemdenken, je wil jezelf constant druk bezig houden om jezelf niet te moeten tegenkomen.
  • De fysieke symptomen: hoofdpijn, keelpijn, rugpijn, nekpijn, spijsverteringsklachten, moe, …

STOP

Hoe geraak je uit een stresserende situatie? Door letterlijk te stoppen. Bijvoorbeeld wanneer je in een meeting zit en je voelt de stress toenemen: stap even naar buiten, kom tot rust, focus op je buikademhaling. Belangrijk is ook dat je in de meeste situaties uitgaat van je eigen perceptie: een situatie geeft je stress omdat jij ze op een bepaalde manier interpreteert, maar misschien bedoelt je omgeving het zo helemaal niet!

Ten tweede is je energiebalans belangrijk: maak eens een lijstje van je energievreters en daarnaast je energiegevers. Het spreekt voor zich dat je werk niet enkel uit vreters mag bestaan… want dan is het maar al te duidelijk dat er iets  zal moeten veranderen.

Op dit stuk had er gerust dieper ingegaan mogen worden, want het is één ding om te erkennen dat je bezig bent aan stress onderdoor te gaan, maar hoe voorkom je dat dat gebeurt?

MBTI & stress

Bron: https://eu.themyersbriggs.com

Omdat we enkele weken eerder een MBTI-sessie hadden gevolgd, werd er aan het einde van deze workshop nog even ingezoomd op welke dingen stress geven aan jouw type. Het kwam verrassend genoeg volledig overeen (zoals lastminute veranderingen, conflicten op het werk, lawaai, uitstelgedrag en de onbekwaamheid van anderen), maar daarbuiten zijn er nog veel meer dingen die mij eveneens stress geven. (Ik krijg gewoon van heel veel dingen stress tegenwoordig, punt.)

Achteraf bleven we met enkele collega’s een tijdje napraten. Deze sessie was een wake up call die niet mag worden genegeerd.

Hoe ga jij om met stress, op het werk of thuis?

 

Kookboek: Oh she glows elke dag, Angela Liddon

Angela Liddon is zo één van die keukengodinnen die u doen vergeten dat er geen vlees of kaas op uw bord ligt, zonder dat ge er uren voor in de keuken moet staan – hoewel, soms wel, maar dan krijgt ge er ook iets voor terug. Ze heeft een voorkeur voor een blender in plaats van voor een soepmixer (echt, nooit zal ik dat snappen!), meet kruiden en alles graag heel exact af in lepels of nog liever grammen, houdt er een man mét gitaar en een dochtertje op na die van haar recepten mogen smullen, en ze leidt kortom het perfecte en gezonde leven.
Ha, nee, natuurlijk niet, en dat zegt ze zelf ook in de inleiding: het is oké om eens te zondigen. No hard feelings!

review Oh she glows Angela Liddon

De lay-out van het boek

Het is een dik boek, vergis u niet: er staan meer dan honderd recepten in, voorzien van aantrekkelijke foto’s die het water meteen in de mond doen lopen. Omdat het geen hardcover is, ligt het makkelijk in de hand. Het is ook een tof formaat, zo bijna-maar-net-niet-vierkant.

De opbouw van het boek

De recepten zijn ingedeeld per soort maaltijd:

review Oh she glows Angela Liddon

Toch vind ik sommige dingen lekkerder als lunch in plaats van ontbijt (zoals de hummus-avocadotoast) of als ontbijt in plaats van als tussendoortje (zoals de kokoschiazaadpudding).

De recepten

Ik testte enkele recepten uit, waarbij de focus lag op winter- en lenterecepten omdat het nu eenmaal die tijd van het jaar was. Ik was vooral geïnteresseerd in de ontbijtrecepten (want elke dag brood BEU) en een beetje teleurgesteld dat er zo weinig soepen (zes maar!) behandeld worden. Maar kom, genoeg dingen op uit te proberen!

Kruidige avocado met hummus op toast (p39)

Men neme een paar sneetjes brood, men roostert deze, besmeert ze met de favoriete hummus, belegt ze met sneetjes rijpe avocado en kruid ze af met peper. Of dat is wat ik van dit recept heb gemaakt, en het is zo simpel dat ik het dikwijls als snelle lunch klaarmaak wanneer ik thuis ben.

review Oh she glows Angela Liddon
Die cashew’kaas’ was trouwens to die for. Totaal naast de kwestie.

Kokos-chiazaadparfaits (p67)

Ook dit gerecht raakte intussen goed ingeburgerd ten huize van: je mengt kokosmelk uit een blik met chiazaad, laat dit een nachtje weken, en dan doe je er de ochtend nadien vers fruit bij, kokoschips (al dan niet geroosterd) en ik vind dat een beetje kleingesneden pure chocolade het he-le-maal afmaakt.

Kikkererwtensalade met kerrie (p113)

Voor deze salade moet je kikkererwten pletten en mengen met tomaat, paprika, lente-ui en een heleboel kruiden. Wij aten het in een wrapje en dat was verdomd lekker!

review Oh she glows Angela Liddon
Niet perfect het recept gevolgd maar bon, het eindresultaat was lekker!

Romige Thaise wortel-aardappelsoep (p141)

Wortel en zoete aardappel zijn de groenten die je in deze soep moet draaien, samen met een aantal oosterse kruiden. Het geheime ingrediënt? Amandelpasta. De ideale wintersoep!

Soep van 6 groenten en ‘kaas’ (p143)

De zes groenten in deze soep zijn ajuin, selder, wortels, broccoli, zoete aardappel en knoflook. Een bom aan vitamientjes, en het resultaat is een heel lekker soepje!

Gevulde zoete aardappelen (p165)

Dit gerecht heb ik sinds ik het de eerste keer maakte vereenvoudigd, en kan op die manier perfect als bijgerecht dienen bij bijvoorbeeld een gourmet: gebakken zoete aardappel, gebakken zwarte bonen met ajuin, en avocado al dan niet tot guacamole verwerkt erbij, het blijkt een hemels trio!

review Oh she glows Angela Liddon
Hier met noodles, en mango bij de avocado. Yummmm.

Gemarineerde portobello’s (p187)

Ik heb het niet zo voor balsamico-azijn en de hele marinade is nogal gebaseerd op dat goedje, en ruikt ook heel straf naar dat goedje, maar eens die portobello’s uit de pan op uw bord liggen vergeet ge die afkeer want omg wat is dit lekker! Wij aten er asperges en wortelpuree bij. Damn damn damn.

Ik ben dus fan.

Komende zomer wil ik heel graag enkele smoothies uittesten, een paar salades met tomaten uit de tuin en haar ‘kaassaus voor bij alles’. Mocht ik ooit nog eens in bakmodus geraken, dan wil ik de pindakaaskoekjes en de brownies en de chocoladekoekjes enenenen… proberen.
333 pagina’s aan kook- en bakplezier, wat wilt een mens nog meer?

Wat is uw favoriete kookboek (van het moment)?